Home » Quad-modellen

Inleiding


De revisie van een oude Quad versterker lijkt voor velen een zinloze zaak: de techniek is immers zoveel verder en dus koop je beter een nieuwe? Dat is een misvatting. De techniek heeft zich zeker ontwikkeld maar dan vooral in de verkleining van onderdelen en in de vervanging van transistoren door IC's wat zich vooral kenmerkt door massaproductie die slechts zelden tot kwaliteitsverbetering leidt en meestal juist het tegendeel bereikt.




Na zo’n jaar of 15 beginnen de prestaties van de apparatuur merkbaar terug te lopen. Dat de gebruiker dat niet altijd in de gaten heeft, komt doordat het een langzaam proces is. Bij uw auto merkt u dat meestal ook niet, maar direct na een grote beurt loopt hij weer merkbaar beter. Bij elektronica speelt dat ook een rol.
Of het apparaat veel is gebruikt, speelt nauwelijks een rol. Pas nog had ik een geheel nieuwe Quad set, nooit gebruikt en in de originele verpakking, 40 jaar op zolder gestaan, maar toch aan een grote beurt toe: uitgedroogde condensatoren, verlopen weerstanden, gecorrodeerde schakelaars.


Geschiedenis


De buizen eindversterker Quad II was (en is) een heel goede eindtrap, maar op zich niet zo heel erg bijzonder; op de uitgangstrafo na, die was bijzonder goed. De prijs was echter relatief aantrekkelijk en het feit dat voor stereo twee exemplaren nodig zijn heeft ook wel iets: je kunt dan bij elke luidspreker een eindtrap plaatsen. De Radford buizen eindversterker STA 25 (er was ook een mono versie MA 25) was echter duidelijk de meerdere van de Quad II en terecht een stuk duurder. We spreken dan van eind jaren vijftig, begin jaren zestig. In die tijd heb ik verscheidene Radfords nagebouwd (2 x 15 watt met EL 84 en Philips AD 9058 trafo’s). Een subliem ontwerp.


De bijpassende buizen Quad SC 22 voorversterker werd uit de eindtrap gevoed en was de enige (zover mij bekend) die geschikt was voor alle bestaande correcties voor platen (elk platenmerk had zijn eigen correctie!) wat hem zonder meer uniek maakte. Toch ook hier: die aanpassingen waren al lang niet meer nodig, maar werden gewoon gehandhaafd omdat men niet innoveerde. Andere zaken als Tape Monitor werden vanwege dezelfde oorzaak ook niet doorgevoerd. 

De nieuwe tijd – Transistoren


In de loop van de jaren zestig kwamen de eerste transistorversterkers op de markt die door techneuten werden geprezen, maar muziekliefhebbers haalden er hun neus voor op – en terecht. Ik weet nog heel goed dat mijn zelfgebouwde Fidelio versterker (Amroh – 2 x EL 84 – 10 watt) door mijn technische vrienden minachtend werd afgeschilderd als een erfstuk van de familie Flintstone en dat zij de Robijn – de transistor opvolger van de Fidelio – de hemel in prezen. En die Robijn was in een vergelijking echt niet om aan te horen… Pas veel later leerden we dat crossover vervorming daarvan de oorzaak was en dat zag je in de cijfers niet terug. Later, toen je beter wist waar je naar moest kijken, kon je het in de metingen heel goed vinden! Hoe dan ook, hóórbaar was het wis en zeker!!


De Quad 303 eindversterker was één van de eerste eindtrappen met transistoren die niet alleen even goed, maar zelfs beter klonk dan de Quad buizen eindtrappen, zelfs beter dan de Radford! 

 

Achtergronden van de revisie/innovatie


Bij het reviseren van de Quad 303 lopen we die achterstand – zeg maar gemiste kans – zoveel mogelijk in. Hoewel het geniale ontwerp uiteraard intact wordt gelaten, worden in praktische zin de nodige aanpassingen doorgevoerd. De elco’s en de gelijkrichter worden verwijderd en vervangen door een door Quadrevisie ontwikkelde epoxie printkaart (PCB) waarop de nieuwe elco’s, de gelijkrichter, de stabilisatie en de weerstand voor het ledje een plaatsje vinden. Oorspronkelijk zat de stabilisatieprint onder de trafo, nu heeft hij een plaats gevonden naast de nieuwe gelijkrichter. Bijkomend voordeel is dat de nieuwe bedrading dikker en korter is en rechtstreeks van de print naar de luidsprekeruitgangen en de trafo kan. Bovendien is de bovenzijde van het chassis nu open wat de koeling van de twee driver printkaarten onderin ten goede komt.

De tweede stap bij revisie is het aanbrengen van een door Quadrevisie ontwikkelde print op het koelblok waarop de bedrading en de voedings- en eindtransistoren worden gesoldeerd. Daarmee zijn ook alle problemen van eerdere of toekomstige reparaties en slechte verbindingen en/of kortsluitingen opgelost.
Dan volgt het reviseren van de beide versterker printjes waarop alle koolweerstanden van 20% tolerantie worden vervangen door metaalfilm weerstanden met een tolerantie van 1%, alsmede de kleine elcootjes, de instelpotmeters en zonodig de overige onderdelen.

Soms is niet alleen de stabilisatie print geblakerd, maar zijn ook de beide versterker printjes behoorlijk aangetast en dan worden die ook vervangen door nieuwe epoxie exemplaren ontwikkeld door Quadrevisie met een paar aanpassingen waar men destijds in de fabriek al om vroeg maar die nooit werden gerealiseerd. Uiteraard worden die van geheel nieuwe onderdelen voorzien. Deze printjes hebben bredere sporen en een aantal zwaar belaste onderdelen hebben hier wat meer ruimte.