Quad 606


Introductie 1986, geproduceerd tot 1997, totaal 27.700 stuks, vanaf 26.001 de MKII-versie met de afgeschuinde kast.

 

Vermogenswinst

Vanwege de steeds toenemende behoefte aan meer vermogen kwam Quad in 1986 met de 606, naast de 405-2. De vermogenswinst lijkt gering ten opzichte van de 405-2: 140 watt aan 8 ohm belasting in plaats van 100 watt. De cijfers veranderen echter dramatisch bij 4 ohm en lager. De 606 – en ook zijn opvolgers 707, 909, QSP en Artera – leveren dan gemakkelijk 200 watt en meer. Ter referentie: een originele 303 kan dan maximaal 28 watt aan 4 ohm leveren. Bij het beluisteren van de 606 versterker via een Quad-elektrostaat zal je van al dit extra vermogen niet veel merken. Juist in het midden en laag, waar de geluidsdruk het hoogst is, zal de ESL een hoge impedantie vertonen. Veel vermogen is hier dus niet nodig. Vandaar de goede resultaten met de 303 in combinatie met de ESL 63. 

 

Vergelijking 303 en 606

Bij een direct vergelijk tussen een 303 en een 606 zal de 606 in het nadeel zijn, de vervorming, ruis en brom zijn in verhouding even laag als welke kwaliteitsversterker dan ook. In absolute zin kan het echter tegenvallen. Dit heeft ook te maken met de warrige specificaties in de hifi: in plaats van bijvoorbeeld de absolute ruisbijdrage op te geven, wordt deze in verhouding tot het maximale uitgangsvermogen gespecificeerd. Uit mijn eigen ervaring: een 303 is stiller dan een 405 aangesloten op de ESL’s 55, pas bij de introductie van de Quad 520 pro versterker was de absolute ruisbijdrage lager. 

 

Vergelijken van de 303 in het werkgebied van de 606 kan dus niet, de 303 geeft simpelweg niet voldoende vermogen af. Dit alles geeft ook aan dat – behalve uit statusoverwegingen – het kopen van een te grote versterker contraproductief is, financieel en in hoorbare kwaliteit. Voor de grote elektrostaten (989, 2905 en 2912) en de vele gewone moderne luidsprekers met laag rendement is de Quad 606 en zijn opvolgers wel een te overwegen keus.

 

Virtuele aarde

De 606 maakt gebruik van een voeding met een zogenaamde virtuele aarde. Dit is een slimme manier om de luidspreker te beschermen tegen gelijkspanning op de uitgang bij een defect van de versterker. Een voorwaarde hierbij is dat de gebruikte condensatoren in de voeding van onbesproken kwaliteit zijn en van voldoende capaciteit. En hier wringt de schoen tussen de techneut en de boekhouder. In de MKII won de techneut het van de boekhouder: de condensatoren in de voeding werden vergroot van 6.800uF naar 15.000uF, niet gering. Tevens werd een ringkerntrafo toegepast in plaats van de veelal brommende bloktrafo. 

 

Revisie

In mijn praktijk van reviseren en verbeteren zijn we tot een aantal oplossingen gekomen voor de 606. In de standaard revisie wordt elke 606 MKI op MKII-niveau gebracht qua schakeling en condensatorcapaciteit. Ook wordt de ruisbijdrage gereduceerd. Voor een bestaande MKII, die al standaard een ringkerntrafo bezit, kan de condensatorcapaciteit naar 22.000uF gebracht worden voor een beperkte meerprijs. De MKI kan worden voorzien van een nieuwe door ons ontwikkelde voeding, met ingegoten ringkerntrafo voor minimale brom, standaard wordt deze voeding voorzien van 22.000uF condensatoren. Deze laatste optie rekent af met de door velen als storend ervaren brommende bloktrafo in de MKI. Quad zelf sprak nooit van een MKI of MKII, echter voor ons is dit een makkelijk te onthouden onderscheid.